Leren in je eigen tempo
Niet ieder kind leert op dezelfde leeftijd praten of lopen. Sommige kinderen lopen al met negen maanden, anderen pas als ze anderhalf zijn. Een kind dat later begint te praten, is misschien juist motorisch heel vaardig. Bij jonge kinderen vinden we het heel normaal dat ze zich ieder in een eigen tempo ontwikkelen.
Die verschillen blijven bestaan wanneer kinderen ouder worden. Het ene kind leest al vroeg, terwijl een ander de wereld vooral ontdekt door te bouwen, spelen of bewegen. Lekker op de bank met een boek, in plassen stampen en dijken bouwen met modder, kriebelbeestjes bestuderen of bouwwerken maken met Lego. Thuisonderwijs biedt ruimte om aan te sluiten bij de interesses én het tempo van een kind: versnellen, vertragen, herhalen of verdiepen.
Wat betekent leren in eigen tempo?
Leren in je eigen tempo: ruimte voor versnelling, verdieping én vertraging
Sommige vakken liggen een kind beter dan andere. Leren in eigen tempo betekent dat een kind extra uitleg en oefening kan krijgen wanneer iets lastig is, en sneller verder kan wanneer de stof al wordt beheerst.
Het tempo is daarbij geen doel op zich. Het gaat om begrip, nieuwsgierigheid en zelfvertrouwen. Soms betekent dat rust nemen wanneer concentratie, gezondheid of ontwikkeling daarom vraagt. En soms betekent het: een hele dag in één onderwerp duiken, omdat de belangstelling er is.
“Wij volgen een vast ritme: ’s ochtends lessen en na de lunch tijd voor eigen activiteiten, zoals hobby’s en sport.”
thuisonderwijsmoeder van een dochter van 9
Hoe ziet dat er concreet uit?
Leren in je eigen tempo: niet vrijblijvend, wel flexibel
Eigen tempo is niet hetzelfde als vrijblijvendheid. Er is wel meer flexibiliteit: een pauze wanneer de concentratie afneemt, of juist tijdens de lunch verder werken aan een project dat zó interessant is.
Werkt een bepaalde vorm van instructie niet? Dan zijn er altijd andere opties. Hobby’s en interesses kunnen bovendien een ingang zijn voor rekenen, taal, geschiedenis of wetenschap. Leren gebeurt daarbij niet alleen thuis, maar ook in de natuur, de bibliotheek, een museum, tijdens het sporten of in contact met anderen.
Thuisonderwijsvormen
Thuisonderwijs kent veel vormen. Sommige gezinnen volgen een vast curriculum, andere werken meer ervarings- of ontwikkelingsgericht. Ook worden er verschillende onderwijsfilosofieën zoals Montessori of Charlotte Mason gebruikt. Veel gezinnen combineren verschillende manieren van leren, bijvoorbeeld projectmatig werken, literatuurstudie, e-learning, stages en leren in het dagelijks leven.
Uit de thuisonderwijspraktijk
“Onze kinderen vonden het prettig om ’s avonds na het eten nog samen lessen te doen. Wij vonden dat zelf ook goed werken.”
thuisonderwijsmoeder van twee kinderen, 10 en 13 jaar
“De ondertiteling op televisie was een geweldige motivatie voor onze zoon om te leren lezen toen hij 6 was. Binnen een jaar las hij vloeiend.”
thuisonderwijsvader van een zoon van 13 jaar
“Wij volgen een vast ritme: ’s ochtends lessen en na de lunch tijd voor eigen activiteiten, zoals hobby’s en sport.”
thuisonderwijsmoeder van een dochter van 9
“Maar leren kinderen dan wel genoeg?”
De route kan verschillen, maar veel thuisonderwijzers gebruiken de kerndoelen van SLO als leidraad. Ouders volgen de ontwikkeling van hun kind nauwgezet en passen materiaal, begeleiding en uitdaging aan waar dat nodig is. Ook kinderen leren aangeven wat zij nodig hebben: meer uitleg, extra oefening of juist meer uitdaging. Ontwikkeling verloopt zelden lineair en interesses kunnen veranderen. Thuisonderwijs beweegt daarin mee.
Onderwijs dat aansluit bij het tempo, de interesses, de uitdagingen en de ontwikkeling van het kind. Dit is thuisonderwijs.