Leren met anderen
Thuisonderwijskinderen leren deels thuis, maar ook vaak samen met anderen. Bijvoorbeeld in een thuisonderwijsgroep, bij een vereniging of club, tijdens een excursie or workshop, bij vrienden of in de buurt. Door samen te spelen, leren, ontdekken en overleggen ontwikkelen kinderen niet alleen kennis, maar ook sociale vaardigheden.
Een boswachter die vertelt over sporen in het bos, kinderen die samen een vlot bouwen of een groep die samen les krijgt in wiskunde, biologie of geschiedenis: thuisonderwijskinderen leren van en met anderen. Ook volwassenen buiten het gezin spelen daarin een rol, zoals andere thuisonderwijsouders, sporttrainers, muziekdocenten of stagebegeleiders.
Samen leren, op verschillende plekken
Een groot deel van de thuisonderwijskinderen neemt wekelijks deel aan meerdere georganiseerde activiteiten. Naast thuisonderwijsgroepen doen kinderen mee aan sportverenigingen, muziekles, scouting, dansschool, jeugdgroepen, buurtactiviteiten of vrijwilligerswerk. Ook zijn er landelijke ontmoetingsdagen en thuisonderwijsvakanties, bijvoorbeeld rond theater, wetenschap, bushcraft of outdooractiviteiten.
Leren met anderen betekent niet dat ieder kind steeds in dezelfde groep leert. Thuisonderwijs biedt ruimte voor verschillende ontmoetingen: een vaste thuisonderwijs- of studiegroep, een wekelijkse sporttraining, een projectmiddag, maar ook leuke workshops of een activiteit in de buurt.
WE GAAN REGELMATIG OP PAD MET DE BOSWACHTER. EEN VAN DE OUDERS REGELT DAT. DE GROEP WISSELT SOMS EEN BEETJE MAAR WE HEBBEN EEN VASTE KERN
thuisonderwijsmoeder van twee kinderen, 7 en 9Leren in groepen van verschillende leeftijden
Thuisonderwijskinderen ontmoeten vaak kinderen van verschillende leeftijden en met uiteenlopende interesses. Jongere kinderen kijken de kunst af van oudere kinderen. Oudere kinderen leggen iets uit, helpen een ander op weg en merken dat zij daar zelf ook van leren.
In zulke groepen is ruimte voor verschillende rollen. Het ene kind neemt gemakkelijk het initiatief, een ander observeert eerst of heeft juist oog voor iemand die niet meteen mee kan doen. Kinderen leren samenwerken, hulp vragen en geven, rekening houden met elkaar en omgaan met verschillen. Dat zijn vaardigheden die kinderen leren en oefenen in de praktijk.
Maatwerk, ook in sociaal contact
De behoefte aan sociaal contact verschilt van kind tot kind. Het ene kind bloeit op in een grote, levendige groep. Een ander voelt zich prettiger in een klein groepje, spreekt graag af met een vaste vriend of vindt één-op-ééncontact fijner.
Thuisonderwijs biedt ruimte om aan te sluiten bij wat een kind nodig heeft. Er wordt veel georganiseerd, vaak binnen lokale of regionale thuisonderwijsgroepen, en kinderen kunnen kiezen waaraan ze willen deelnemen. Een kind kan rustig wennen aan een nieuwe groep, vaker afspreken met een vertrouwd vriendje of juist meedoen met activiteiten met veel verschillende mensen. Zo is er aandacht voor contact met anderen, zonder dat ieder kind hetzelfde hoeft te doen.
Sociale contacten vragen om aandacht
Thuisonderwijsouders investeren over het algemeen veel tijd en energie in het organiseren en onderhouden van sociale contacten voor hun kinderen. Vooral als de kinderen nog te jong zijn om dat zelf te regelen. Zij zoeken activiteiten die passen bij de interesses en behoeften van hun kind, plannen speelafspraken en zorgen dat er ruimte is voor terugkerende ontmoetingen.
Veel gezinnen maken deel uit van een lokale of regionale thuisonderwijsgroep. Daar komen kinderen en ouders regelmatig samen voor lessen, projecten, excursies, speelmiddagen en gezamenlijke activiteiten. Door elkaar vaker te zien, kunnen vriendschappen groeien en ontstaat er een vertrouwde groep.
ONZE DOCHTER HEEFT IEDERE WEEK VEEL VERSCHILLENDE CLUBJES EN ACTIVITEITEN, ZOALS SCHAAKLES EN BUSHCRAFTLES. OOK SPREKEN WE VAAK AF MET ANDERE THUISONDERWIJSGEZINNEN
thuisonderwijsvader van een dochter van 6 jaar
Leren in een betrokken netwerk
Thuisonderwijsouders organiseren samen lessen, projecten, excursies en uitjes. Zij wisselen lesmateriaal, ervaring, kennis en kunde uit, en zetten hun eigen interesses en vaardigheden in. Een ouder die goed is in programmeren geeft bijvoorbeeld een workshop. Een ander organiseert een museumbezoek, regelt een natuurmiddag of verzorgt een les over muziek, koken of sterrenkunde.
Kinderen hebben binnen zo’n groep vaak niet alleen contact met andere kinderen, maar bouwen ook een goede relatie op met andere ouders. Zij kennen elkaar van activiteiten en gezamenlijke uitstapjes, kunnen bij hen terecht met een vraag of krijgen van hen begeleiding bij een opdracht. Zo ervaren kinderen dat vertrouwde volwassenen niet alleen binnen het eigen gezin te vinden zijn.
Zo ontstaat een netwerk van betrokken kinderen en volwassenen, dat verder reikt dan het eigen gezin.
Dit is thuisonderwijs.