Eva, Fiene & Berend
Eva (ondernemer) is met thuisonderwijspensioen. Na zestien jaar zit haar taak erop: Fiene (18) studeert Biologie in Leiden en Berend (20) studeert Lucht- en Ruimtevaarttechniek in Delft.
Thuisonderwijs helemaal loslaten doet Eva niet. Ze gebruikt haar ervaring voor het ontwikkelen van onderwijsmateriaal voor andere thuisonderwijzers. Samen met haar kinderen blikt ze terug op hun ervaringen en de overstap naar de universiteit.
Het begin
‘Wat een goed idee eigenlijk,’ was de reactie van Eva toen ze een thuisonderwijsgezin leerde kennen. Berend was vier en Eva startte haar onderzoek naar passend onderwijs. Ze las diverse boeken en websites en volgde Amerikaanse fora over homeschooling.
Over die eerste jaren vertelt Berend: ‘We deden veel dingen die ons leuk en interessant leken. We gingen vaak naar de dierentuin en speelden buiten met kinderen uit de straat.’ Hij speelde ook Minecraft, vaak met andere kinderen via Skype. Drie keer in de week ging hij naar hockey. Fiene zat daarnaast op dans, toneel, scouting en snorkelen en ‘ik was bijna iedere dag met de buurmeisjes dingen aan het doen, zoals smurfensnot maken.’
Als gezin zochten ze ook andere thuisonderwijsgezinnen op, bijvoorbeeld bij samenkomsten door het hele land, op diverse kampen en kampeervakanties op Terschelling. Toen leeftijdgenoten naar de middelbare school gingen, veranderde er veel. Fiene: ‘Dat was voor ons heel gek. Ze kwamen letterlijk van de één op de andere dag niet meer buiten spelen.’ Eva was hier al op voorbereid. Ze wist dat deze fase belangrijk zou zijn voor hun sociale ontwikkeling.
Toen Berend 11 was en Fiene 9 begon Eva dan ook met het organiseren van thuisonderwijsactiviteiten, zoals uitjes naar musea en de Science Club. ‘Met groepjes kinderen van dezelfde leeftijd voerden ze experimenten uit en deden ze veldonderzoek.’
Richting kiezen
Berend ontdekte al jong zijn passie voor ruimtevaart: ‘Toen ik heel jong was heb ik al met mijn opa waterraketten gelanceerd.’ Later zocht Eva wiskundeopdrachten die op ruimtevaart betrekking hadden. Ook volgde Berend diverse online cursussen.
Een daarvan ging over lucht- en ruimtevaarttechniek: ‘Toen heb ik besloten dat ik dat ook wilde gaan studeren.’ Voor een universitaire studie had hij een vwo-diploma nodig. Dat was het startsein, op zijn dertiende, om zich voor te gaan bereiden op staatsexamens.
De overgang ging best geleidelijk. Ze begonnen met biologie. Met de Science Club en wiskundelessen hadden ze al geleerd om wat meer met werkbladen te werken. Het eerste jaar was nog wel zoeken naar de beste aanpak. Ze probeerden verschillende lesmethoden uit. In hun lesweek kwam meer structuur met vaste tijdblokjes om aan de examenstof te werken. Eva liet de leerstof ook als kapstok terugkomen in de biologieclub waar Fiene en andere kinderen aan meededen. Op zijn vijftiende haalde Berend zijn eerste staatsexamen. De jaren daarna deed hij elk jaar een paar examens.
Fiene wilde eerst via een propedeuse van de Open Universiteit naar de universiteit. Maar als experiment schreef ze zich tegelijk met Berend in voor het staatsexamen Engels, zonder dit aan iemand buiten het gezin te vertellen. Ze had al veel cursussen gedaan in het Engels en deed ook mee met de lessen die Berend deed, zowel thuis als via English Class, georganiseerd door een andere thuisonderwijzer. En zo slaagde ze voor het examen Engels op haar veertiende. Ze besloot om ook de andere vwo-examens te doen, om de optie om geneeskunde te studeren open te houden.
Vanaf dat moment volgden Berend en Fiene beiden hun eigen planning. Soms was een bepaald vak het toch niet helemaal en kozen ze een ander. Eva keek heel goed naar de lesstof en wat echt noodzakelijk was voor het examen. Ze doorliepen de verplichte examenstof in kortere tijd dan schoolkinderen, waardoor er een duidelijke focus was en ze goed wisten wanneer ze de stof beheersten. Fiene: ‘Een hockeyteamgenootje vroeg hoe het leren ging voor natuurkunde. Ik zei: ik ben klaar. Zij zei: ‘Wat is dat, klaar met leren?’ In die jaren studeerden ze meer uit boeken dan in hun jongere jaren.
TOCH BLEEF ER GENOEG RUIMTE OM TE SPORTEN EN LEEFTIJDSGENOTEN TE ONTMOETEN, BIJVOORBEELD MET EEN GROEP THUISONDERWIJS-TIENERS DIE SAMEN OP TIENERTOUR GINGEN DOOR HET LAND
Overstap naar de universiteit
Waar veel studenten vrijheid ervaren bij de overgang naar de universiteit was dat voor Berend juist andersom: ‘Het leren op de universiteit is niet heel erg anders, maar het leven eromheen wél. Elke dag op en neer naar Delft, op tijd vertrekken en plannen wat voor eten je dan meeneemt. Dat vond ik vooral heel anders dan thuis.’ Fiene herkent dat. Eva zag hoe zwaar de eerste weken waren: ‘De reistijd, lange colleges, sporten erbij – dat waren lange dagen.’
Leren leren met thuisonderwijs
Fiene merkt dat ze door thuisonderwijs een sterke intrinsieke motivatie heeft ontwikkeld: ‘Thuis werd ik wel gemotiveerd door mijn moeder, maar het moest vooral uit mezelf komen. Ík moet die opdrachten maken. Er moet echt intrinsieke motivatie zijn en ik denk dat dat wel helpt voor de universiteit.’
Berend ziet een verschil met veel studiegenoten die kort voor een tentamen pas gaan leren. Het verbaast hem dat het onderwijs daar zelfs op is ingericht. ‘Dat is wel echt anders bij thuisonderwijs, want wij werkten aan een heel langetermijn-doel. Als je twee jaar voor zo'n vak leert zonder één officiële toets te doen, ben je lang bezig zonder druk of stress.’ Berend en Fiene zijn ook gewend om door te gaan tot ze het echt begrijpen. Alle lesstof was relevant, dus als het vandaag niet lukte, gingen ze er de volgende dag gewoon mee verder. Het verbaast Fiene dat studiegenoten vaak veel meer dingen zijn vergeten, zelfs van vakken waar ze pas nog examen in hebben gedaan.
Ook hun onderzoekende houding is een pluspunt. Berend: ‘Als iets niet duidelijk is, zoek ik extra uitleg online. Later, in een baan, heb je ook geen docent waar je de hele tijd vragen aan kunt stellen.’