Roos en Tom
Roos is orthopedagoog, Tom is tandarts. hun drie kinderen Olivier (14), Gijs (12) en Sare (9) krijgen thuisonderwijs. Roos vertelt.
Wat betekent thuisonderwijs geven voor jou?
‘Onze kinderen hebben nooit op school gezeten. Wij geven dus inmiddels al ruim 10 jaar thuisonderwijs. Thuisonderwijs draait bij ons vooral om de ontwikkeling van de kinderen: wie ben je, waar liggen jouw interesses en kwaliteiten, waarin wil je je ontwikkelen en wat heb je daarvoor nodig? Ik geloof dat goed onderwijs het beste uit kinderen naar boven haalt en hun nieuwsgierigheid, creativiteit en leergierigheid stimuleert.
Voor ons betekent dat ook dat mijn kinderen niet alle drie hetzelfde leren, omdat ze verschillende interesses hebben. Hun ontwikkeling ondersteunen we met belangrijke vaardigheden zoals rekenen, schrijven, lezen, bewegen en communicatieve vaardigheden.’
Hoe ziet thuisonderwijs er bij jullie uit?
‘Mijn oudste zoon Olivier heeft veel interesse in het maken van films, hiervoor volgde hij verschillende Adobe-cursussen. Op dit moment is hij druk bezig met freerunning; hij is in opleiding tot assistent-trainer bij zijn freerunschool. Daarnaast doet hij een DJ-cursus en houdt hij erg van skateboarden.
Gijs wil zijn leven graag wijden aan tennis. Hij begon op zijn vijfde en tennist nu ongeveer 20 uur per week. Hij heeft leren lezen door heel veel boeken over tennis te lezen. Naast tennis houdt hij enorm van lezen, skateboarden en drumt hij sinds kort.
Sare is vooral nog heel erg veel aan het spelen, het liefst met haar vriendinnen (sommigen krijgen ook thuisonderwijs, anderen gaan naar school). Ze knutselt heel erg veel, zit op drumles, viltles en freerunning. Ze leest graag en ze wil graag kleding leren maken, leren pottenbakken en veel musea bezoeken.’
Hoe ziet jullie week er uit?
‘ONZE WEEK WORDT INGEVULD DOOR EEN HELEBOEL CLUBJES EN AFSPRAKEN MET VRIENDEN. DAARNAAST WERKEN WE AAN VERSCHILLENDE SCHOOLVAKKEN, VAAK SAMEN MET ANDERE THUISONDERWIJZERS'
'Voor de schoolvakken gebruiken we gewone schoolboeken, aangevuld met tal van documentaires, musea, lessen van experts en levende boeken (verhalende boeken die kennis overbrengen door rijke taal en betekenisvolle ideeën).
Vaak werken we projectmatig en naar aanleiding van vragen van de kinderen. Een vraag als: ‘Wie was Socrates eigenlijk?’ kan bijvoorbeeld uitgroeien tot een volledig project over Socrates, waarin verschillende vakgebieden aan bod komen.’
‘Wat ik zo mooi vind aan thuisonderwijs, is dat mijn kinderen juist steeds méér vragen stellen, in plaats van minder. Toen ik zelf in het voortgezet onderwijs werkte, viel me op dat pubers vaak nauwelijks nog vragen hadden — of dat het niet ’cool’ was om vragen te stellen. Bij mijn kinderen is dat totaal anders: hun nieuwsgierigheid zorgt er juist voor dat er altijd weer iets nieuws te ontdekken valt.’
Hoe kijk je naar de sociale ontwikkeling van kinderen?
‘Toen we begonnen met thuisonderwijs vroeg ik me natuurlijk af hoe we zouden kunnen voorzien in de sociale ontwikkeling van onze kinderen. In de praktijk is dat echter nooit een probleem geweest. Mijn kinderen maken makkelijk vrienden; de thuisonderwijsgemeenschap is groot en biedt ontzettend veel mogelijkheden om samen te werken en te spelen. Ze zijn vaak buiten en bouwen vriendschappen op via verschillende clubjes.
Het idee dat kinderen die thuisonderwijs krijgen minder kans zouden hebben om zich sociaal te ontwikkelen, voelt voor mij inmiddels heel vreemd. Volwassenen zitten tenslotte ook niet meer op school, en toch bouwen zij nieuwe vriendschappen en sociale contacten op. Dat is juist de kern van samenleven.’
‘HUN NIEUWSGIERIGHEID ZORGT ER VOOR DAT ER ALTIJD WEER IETS NIEUWS TE ONTDEKKEN VALT.’
Hoe zorg je dat je kinderen kwalitatief goed onderwijs krijgen?
‘De kwaliteit van het onderwijs vind ik heel belangrijk. Juist omdat we thuisonderwijs geven, kan ik goed zien wat mijn kinderen leren, waar ze staan en wat ze nog nodig hebben. Daardoor kan ik het onderwijs steeds afstemmen op hun niveau en interesses.
Ik houd de leerlijnen van het SLO (Stichting Leerplan Ontwikkeling; landelijke onderwijsdoelen) in het oog en zorg dat ze alle basisvaardigheden en belangrijke kennis opdoen die bij hun ontwikkeling past. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk dat ze leren vanuit nieuwsgierigheid en betrokkenheid, zodat ze niet alleen weten, maar ook begrijpen en toepassen.
Burgerschap speelt bij ons bijvoorbeeld een grote rol. Mijn kinderen leren niet alleen uit boeken over de samenleving, ze staan er middenin. Ze oefenen elke dag met betrokken, actief en verantwoordelijk deelnemen aan de maatschappij. Zo bezoeken we bijvoorbeeld de Tweede Kamer, een synagoge of een kerk en natuurlijk elke week de bibliotheek. We lezen samen krantenartikelen, doen mee aan lokale projecten over nieuws uit de buurt en voeren veel gesprekken over maatschappelijke vraagstukken.
Mijn kinderen voelen zich daardoor sterk verbonden met de samenleving en willen graag een bijdrage leveren. Ze zeggen vaak dat ze hopen dat alle kinderen zich zo blij zouden voelen als zij, en dat iedereen de kans krijgt zijn of haar eigen talenten te ontwikkelen.’
Hoe zie jij de vooroordelen over thuisonderwijs?
‘Er zijn een heleboel vooroordelen over thuisonderwijs. Dat vind ik begrijpelijk, die had ik zelf ook. Echter heeft thuisonderwijs voor ons veel positiever uitgepakt dan ik ooit had durven hopen.
Ik denk dat het onderwijs heel veel zou kunnen leren van thuisonderwijzers (en andersom ook). Als thuisonderwijs een legale vorm van onderwijs zou zijn, denk ik dat de uitwisseling enorm vruchtbaar zou zijn voor alle partijen.’